Vaak kun je met weinig veel betekenen

Stel je voor, je bent tolk en je wordt opgeroepen om direct naar het ziekenhuis te komen om daar een gesprek te vertalen. Je treft een moeder met haar jonge kind en een arts. Het kindje was onwel geworden en ondanks alle inspanningen van de arts is het overleden. De moeder is ten einde raad. Jij moet het slecht nieuws gesprek vertalen. Zelf ben je ook moeder. Het valt je zwaar.
S’ avonds moet je steeds aan die moeder denken, je slaapt er slecht van. Het grijpt je zo aan, de situatie laat je niet los. De volgende ochtend als iedereen de deur uit is besluit je te bellen met een medewerker van het Tolkencentrum. Je twijfelt nog even of daar de collegiale opvang voor bedoeld is.
“Fijn dat je belt, daar zijn we voor’, is het eerste wat je te horen krijgt. Dat stelt je gerust en als je na 15 minuten de telefoon neerlegt voel je je wat beter. De medewerkster heeft goed naar je geluisterd, je gerustgesteld dat het heel normaal is hoe je je voelt en heeft er voor gezorgd dat je vandaag tijd voor jezelf kunt nemen om deze situatie een plekje te geven.


Ik mocht als trainingsacteur bij de training zijn van deze medewerkers die hun collega’s opvangen na een ingrijpende gebeurtenis. Al jaren werken we als Buro Wittenburg samen met ARQ/IVP. In de training krijgen ze handvatten hoe ze er kunnen zijn voor hun collega’s. Dit soort trainingen worden aan veel beroepsgroepen gegeven. Als burger hebben we vaak geen idee in wat voor situaties mensen terecht komen. Of begrijpen we misschien niet altijd wat een situatie doet met ‘de mens’ in het uniform.
Zelf heb ik heel veel van deze trainingen geleerd. En ik zet me er graag voor in omdat het zo gaat om medemenselijkheid. Hoe kun je iets betekenen voor je collega die even die schouder, dat telefoontje, die zakdoek nodig heeft.
Vaak kun je met weinig veel betekenen.

Gonnie Kleine, 2024